De onderzoekscommissie van Provinciale Staten van Drenthe liet recent een onderzoek verrichten naar draagvlak inzake ‘de energietransitie’. Dit onderzoek “Draagvlak en participatie in de energietransitie” is op 7 okt. 2020 in PS behandeld. Hieronder ons commentaar:

Dit onderzoek van LexNova is een instrument om ‘de energietransitie’ te bevorderen, het is een politiek instrument.
DE VRAAGSTELLING VAN HET ONDERZOEK KAN ALS VOLGT WORDEN GEHERFORMULEERD:
1. Wat kan Provinciale Staten doen om het beleid beter te presenteren (geaccepteerd te krijgen).
2. Hoe kan Provinciale Staten zelf ingezet worden om het beleid beter te verkopen (draagvlak te creëren).
De indruk wordt gewekt dat de Drentse bevolking in grote meerderheid deze energietransitie goed vindt en dat ze die willen steunen. Dat is een manipulatie van de mening van de Drentse bevolking.

Het is manipulatief:
1. Het onderzoek is niet representatief, er zitten te veel hoogopgeleiden in de steekproef, de inbreng van de steden is te groot, van de geënquêteerden, woont 84 % in een koopwoning, 11% in een huurwoning en 3% in een sociale huurwoning.
2. De vraagstelling is erg abstract, er wordt alleen gevraagd naar bekendheid met de beleidsdoelen, er wordt niet gevraagd naar de consequenties van de voorgestelde maatregelen.
3. Provinciale Staten zou zelf ingezet moeten worden om het draagvlak te vergroten.

Ad 1 De representativiteit
• Ondanks de toelichting door de onderzoekers van Lexnova is de onderzoeksgroep niet representatief voor de Drentse bevolking. In alle leeftijdscategorieën is het percentage hoogopgeleiden te groot. Het gaat niet aan om dit te compenseren door dan de oudere inwoners zwaarder mee te tellen om zo het gewicht van de laagopgeleiden te vergroten.
• De steekproef krijgt dan een heel andere samenstelling. De onderzoekers hadden moeten concluderen, dat de steekproef niet goed is en dat ze hier niet mee aan de gang hadden moeten gaan.
• Bovendien blijkt van de geënquêteerden 84 % te wonen in een koopwoning, 11% in een huurwoning en 3% in een sociale huurwoning. Dit is toch niet de realiteit in Drenthe.
• De hoger opgeleiden en de personen met een hoger inkomen zullen dan het beeld van dit onderzoek gaan bepalen. Laten dit nu juist de personen zijn die sympathiek staan tegenover de energietransitie.

Ad 2 De vraagstelling betreft vooral de beleidsdoelen
• ‘Ik geloof in de klimaatverandering.’ Maar wat wordt met de klimaatverandering bedoeld? (Opm.: het klimaat veranderd altijd al)
• ‘Ik maak me zorgen over de klimaatverandering.’ De klimaatverandering wordt heel negatief neergezet. U hoort zich zorgen te maken, maar welke zorgen heeft u dan?
• ‘Stoppen met aardgas.’ Dit wordt als een onvermijdelijke stap gepresenteerd, niet als een keuze. Wat zijn trouwens de consequenties van het stoppen met aardgas?
• ‘Ik vind de overstap van aardgas naar alternatieve energiebronnen acceptabel.’ Deze formulering getuigt van een grote vooringenomenheid.
• ‘Ik voel me verantwoordelijk voor de klimaattransitie.’ Ook vooringenomenheid.
• ‘Ik moet energie besparen en ik moet investeren in klimaatmaatregelen.’ Dit wordt van je verwacht en is geen keuze.
• ‘Welke opties behoren tot de mogelijkheden?’ Je mag alleen nog maar kiezen hoe je mee gaat doen.

Het is onduidelijk wat de consequenties zijn van de energietransities, die worden als iets positiefs voorgesteld. Als fatsoenlijke burger kun je daar toch niet tegen zijn, je móet en hoort het grote belang te zien. Toch blijkt dat veel mensen vooral meewerken om de energiekosten te beheersen, want ze vrezen dat deze in de toekomst alleen maar zullen toenemen. Het wantrouwen naar de overheid is groot. Komt de overheid haar beloftes wel na? Zal deze hele transitie wel kostenneutraal verlopen? (Opm.: Dit wordt ons voorgespiegeld) Niemand gelooft dat, alle investeringen zullen toch betaald moeten worden. Uiteindelijk komt de rekening altijd bij de burgers terecht. De rijken die investeren in hernieuwbare energie zullen er veel beter van worden, de armen zullen er slechter van worden.
Dit is het asociale aspect van de energietransitie. Het vertrouwen in de overheid in het Noorden is niet groot gezien de ervaring met de afhandeling van de schades van de aardbevingen. De standaardvraag die mensen zich stellen is; Wie wordt er beter en wie gaat ervoor bloeden?
De vragen over de concrete maatregelen en de acceptatie worden niet gesteld.
• Hoe veel mag de ruimtelijke kwaliteit afnemen, door het plaatsen van windturbines en het creëren van zonneakkers?
• Welke gezondheidsrisico’s worden ingecalculeerd en welke zijn onacceptabel?
• Welke financiële tegenstellingen worden geaccepteerd?
• Is het omgevingsfonds wel een compensatie voor de ellende, wie krijgt de dubbeltjes en wie de euro’s?

Ad 3 Een ‘verkennend onderzoek naar de rolinvulling en positie van Provinciale Staten van Drenthe’ is aanmatigend of het moet gaan over het beschermen en mogelijk versterken van de rol van PS in deze complexe materie van de energietransitie. De rol van PS als vertegenwoordigend orgaan van de bewoners om mee te werken aan de acceptatie van en het creëren van draagvlak voor de energietransitie is niet alleen ridicuul maar ook gevaarlijk. De PVV zal nooit in wat voor een vorm dan ook meewerken aan het vergroten van de acceptatie en het creëren van draagvlak. PS is het orgaan waar de politieke tegenstellingen in een debat vorm krijgen en waar een afweging moet plaats vinden van alle belangen. Het is geen orgaan, dat namens alle politieke partijen een meerderheidsstandpunt gaat uitdragen.
Zoals de bewoners de energietransitie worden ingepraat, zonder de informatie over de consequenties, zo wordt PS de energietransitie ingezogen om meerderheidsbesluiten van acceptatie te voorzien. De vorming van een een-partij systeem lijkt niet ver weg. PS is dan de enige partij en de politieke pluriformiteit is vanwege het grote belang van de energietransitie niet meer nodig. PS is dan verworden tot een Raad van Toezicht die GS controleert.

Wat was het een luxe situatie, toen er nog centraal elektriciteit en gas werd geproduceerd en niemand zich zorgen hoefde te maken over leveringszekerheid.
De vraag of er een publieke centrale energievoorziening moet komen wordt niet meer gesteld.
Het is te gek voor woorden, dat decentrale weersafhankelijke energievoorzieningen (=toevallige stroomopwekking) als oplossing worden gekozen voor de grote energievraag nu en de nog grotere in de toekomst.

De PVV wijst dit onderzoek van Lexnovo af, omdat het zéér eenzijdig is en misbruikt gaat worden door de voorstanders van de energietransitie.

Nico Uppelschoten dd. 21-09-2020

PVVstemmers bedankt

banner-talent

 
Poster Staten 2015

nieuwsbrief